Financiën

Onze visie op Financiën  

Uitgangspunt: Geen onnodige lastenverzwaring voor zowel inwoners als bedrijven.

Net als in elk bedrijf draait het bij de lokale overheid om een goede balans van inkomsten en uitgaven. Inkomsten komen grotendeels van de rijksoverheid en verder van lokale belastingen zoals de onroerendezaakbelasting (OZB) en de rioolheffing. Een klein deel van de inkomsten komt uit de leges die betaald worden als een inwoner bijvoorbeeld een paspoort of vergunning aanvraagt. 

ProVeenendaal staat voor een goed leesbare en sluitende begroting, zonder onnodige lastenverhoging. Uitgangspunt is een kleine maar hoogwaardige ambtelijke organisatie die maximaal grip heeft op gemeentelijk beleid en gerelateerde uitgaven. Transparante informatievoorziening is een voorwaarde; zowel de gemeente als de inwoner kan nu eenmaal niet meer geld uitgegeven dan er binnenkomt.  

De visie op een zogeheten ‘lean ambtelijke organisatie’, het efficiënt organiseren op kwalitatief hoog niveau, kan door digitalisering efficiënt doorontwikkeld worden. Uiteraard in nauwe samenwerking met de betreffende organisatie. Eveneens van belang voor de komende jaren is dat de databeveiliging op orde is.

De gemeente Veenendaal staat er door een gedegen beleid in de afgelopen jaren qua organisatie en financiën goed voor. ProVeenendaal wil daarom geen verhoging van de huidige belastingen anders dan de gebruikelijke indexaties; zo blijven we ook de komende jaren structureel onder het landelijk gemiddelde. Bezuinigingen op allerlei terreinen zijn nog wel mogelijk door overbodige zaken en regelgeving te stoppen. Continue aandacht en inzet vanuit de politiek en de ambtelijke top is noodzakelijk. Hierdoor ontstaat ruimte voor innovatie, verbetering en nieuw beleid. 

Financiële tegenvallers moeten opgevangen kunnen worden door de huidige reserves. Grote kwaliteitsimpulsen en verandering van beleid ten behoeve van de samenleving kunnen alleen worden gedaan indien ook de jaarlijkse exploitatiekosten binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Hierbij wordt altijd maximaal gebruik gemaakt van een passend participatietraject.  

De gemeente moet zich actief blijven inzetten voor passende en dus hogere tegemoetkomingen uit het Rijk voor de gedecentraliseerde beleidsterreinen zoals WMO, Jeugdzorg en Participatie. Nieuw beleid vanuit Den Haag, betekent voor ProVeenendaal ook bijbehorende budgetten vanuit het Rijk. De gemeente dient de financiële ontwikkelingen vanuit Den Haag, zoals de herijking van het gemeentefonds en het al dan niet afschaffen van de opschalingskorting, kritisch te volgen en zich te laten horen bij de VNG en het Rijk als dit voor Veenendaal negatief uit dreigt te pakken.

Voor ProVeenendaal hebben de gemeentelijke taken op het gebied van jeugd, zorg en participatie ook de komende jaren prioriteit. Voor deze dossiers moeten de budgetten, in samenspraak met de landelijke overheid en de doelgroepen, herijkt en op orde zijn. Alleen dan komt er in de begroting weer meer financiële ruimte voor andere zaken die voor de gemeente van belang zijn.

Geplande projecten en onderzoeken worden niet ‘blindelings’ uitgevoerd, alleen omdat de zogenaamde economische levensduur van gebouwen, wegen of terreinen is bereikt. De exploitatie- uitgaven van de gemeente mogen wat ons betreft niet verder stijgen dan de gebruikelijke indexaties. Het vastgoedbeleid en het meerjaren-investeringsplan dient de komende jaren goed te worden geëvalueerd. De inzet van ProVeenendaal voor de komende jaren blijft om, met de inwoners, goed te kijken naar een optimale verdeling van de gelden binnen het budget.

De standpunten van ProVeenendaal: 

  • Er is een goede en inzichtelijke gemeentelijke begroting waarbij de kostenposten gerelateerd zijn aan de speerpunten van gemeentelijk beleid. 
  • Een goed beheer en gerichte inzet van de gemeentelijke reserves voor noodzakelijke afschrijvingen, zoals de gemeentelijke parkeergarages. 
  • Een overzichtelijke begroting van de gemeente die ook voor inwoners begrijpelijk en uitlegbaar is.
  • De gemeente heeft een sluitende begroting; er wordt niet meer uitgegeven dan er in de gemeentekas binnenkomt.
  • Betaalbare belastingen; de OZB mag zeker niet boven het landelijk gemiddelde uitkomen. 
  • Stoppen van overbodige projecten en onderzoeken, zodat er meer budget beschikbaar is voor innovatie en nieuw beleid. 
  • De gemeente stimuleert de ontwikkeling van lokale (startende) ondernemers en bevordert dit -binnen de wettelijke kaders en mogelijkheden- door gemeentelijke opdrachten bij hen uit te zetten.
  • Het vastgoedbeleid wordt geëvalueerd, waarbij vooral gekeken wordt naar de gevolgen en samenhang voor gesubsidieerde instellingen en organisaties; de insteek hierbij is het tegengaan van onnodige bureaucratie.
  • Er wordt stevig ingezet op het voorkomen van speculaties met gemeentegelden.
  • Het is van belang dat de gemeente voldoende flexibel budget heeft om tegenvallers op het gebied van zorg, jeugd en participatie op te vangen en de gemeentelijke taken kwalitatief goed uit te voeren.
  • Een gemeente die met gemeenschapsgeld omgaat alsof het de eigen portemonnee betreft.
  • Zorgfraude door aanbieders moet voorkomen en tegengegaan worden.

 

Share This